Stoïcijnse Praktijk en School

De spirituele dimensie


'Er bestaat geen Hades of Acheron of Cocytus of Pyriphlegeton: alles is vol van goden en goddelijke machten. Als je dit kunt bedenken en kunt kijken naar de zon, de maan en de sterren en kunt genieten van de aarde en de zee, dan ben je niet eenzaam en al evenmin hulpeloos.'

Epcitetus, Colleges 3.13

Veel moderne Stoïcijnen richten zich op de praktische beoefening van de filosofie. Er zijn inmiddels boeken vol met technieken en oefeningen die je helpen te kalmeren, grip te krijgen op je gedachten en je te focussen op wat echt belangrijk is in het leven, namelijk datgene dat binnen je controle ligt.

Er is echter een fundamentelere, spirituele dimensie van de Stoa die door moderne practici onderbelicht blijft. Denk bij spiritualiteit niet zozeer aan vage, magische zaken, maar aan het bewustzijn van jouw plek binnen het grotere geheel en de betekenis die je geeft aan je leven en de wereld om je heen.

De klassieke Stoïcijnen hadden een intens besef van hun connectie met het grotere geheel. Alles is Natuur en alles dat bestaat is dus een verschijningsvorm van die Natuur. Ook de mens.

De Stoïcijnen zagen de Natuur als een intelligent, bezield en doelgericht wezen dat gericht is op het goede van alles dat zich in haar bevindt. Vanuit ons beperkte menselijke perspectief lijkt er juist van alles mis te gaan: ziekte en dood, natuurrampen, supernova’s die hele sterrenstelsels wegvagen en dan hebben we het nog niet over de rottigheid die mensen zelf uithalen.

Vanuit het perspectief van de Natuur, of zeg maar de hele kosmos, is er simpelweg een voortdurende staat van verandering waarin niets ooit echt verloren gaat. Er is een ‘kosmische flow’ die de eigen koers volgt. Daar kun je je tegen verzetten omdat het niet voldoet aan je wensen, eisen en verlangens. Maar dat verzet is niet alleen zinloos, het levert ons ook nog eens innerlijke onrust en ontevredenheid op.

Sterker nog, een verzet tegen de Natuur blijkt vaak de oorzaak van die eerder genoemde menselijke rottigheid. Ontevreden met onze status als menselijk dier dat van nature alles heeft mee gekregen wat het nodig heeft proberen we geluk en betekenis af te dwingen en maken onszelf en anderen het slachtoffer van ons egocentrisme.

Marcus Aurelius beschrijft de Natuur als volgt: ‘De Natuur neemt alles wat daarbinnen schijnbaar bederft, veroudert en nutteloos is, weer in zichzelf op en maakt er weer andere, nieuwe dingen van… Zij heeft dus genoeg aan haar eigen plaats, haar eigen materiaal en haar eigen werkwijze.’ (8.50)

Voor de Stoïcijnen wordt de Natuur zelf een ideaal dat je kunt volgen met je ‘innerlijk kompas’. Wie genoeg heeft aan de eigen plaats, het eigen materiaal en de eigen werkwijze (je menselijke natuur) neemt alles wat negatief lijkt in zich op om er nieuwe, positieve dingen van te maken en zo het leven te leiden op de voorwaarden van de Natuur, en niet van het ego. De basishouding van een Stoïcijn is aandacht (prosoché), dankbaarheid en een gerichtheid op harmonie.

De Franse filosoof Pierre Hadot noemde deze houding een filosofische manier van leven of ‘rationele vorm van spiritualiteit’ die je kunt cultiveren. Wie dat doet gaat verder dan de technieken en trucjes en put steeds dieper uit de bron die de Stoïcijnen ‘de ziel’, ‘het goede innerlijk’ of ‘het innerlijke kompas’ noemden.

Steeds meer wetenschappelijk onderzoek toont hoe weinig we weten over andere levensvormen in de Natuur. We zijn, in de woorden van de Frans de Waal, niet slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn. Maar ook recent onderzoek naar bomen, planten en paddenstoelen ontsluit een vorm van doelbewuste intelligentie die we nog steeds niet helemaal begrijpen.

Ik denk dat een klassieke Stoïcijn het wel zou begrijpen. 😉